Jonathan Edwards hield ooit een preek die beroemd is geworden, ook al wordt hij meestal voor de verkeerde reden geciteerd. Sinners in the Hands of an Angry God, vertaald: Zondaars in de handen van een toornige God. Veel mensen denken dat Edwards alleen wilde dreigen. Wie de hele preek leest, ontdekt iets anders. Edwards wilde laten zien hoe broos het mensenbestaan is, en hoe groot de genade van God dat hij ons nog steeds vasthoudt.
Een draad in zijn hand
Het centrale beeld van de preek is dat van een spin die aan een draad hangt boven een vuur. De spin heeft niets om op te leunen, geen eigen vleugels, geen reservenest. Wat haar in leven houdt, is een hand die haar vasthoudt. Edwards zegt: zo is een mens in deze wereld. Niet jouw inspanning houdt jou overeind. Niet je goede gezondheid, niet je verstand, niet je goede gedrag. Het is Gods hand. Wanneer je dat ziet, schrikt het niet alleen, het bevrijdt ook. Want als hij het is die mij draagt, dan blijf ik dragen zolang hij mij vasthoudt.
Niet woede, maar geduld
Edwards wil zijn hoorders bij Christus brengen. Hij zegt: het wonder is niet dat God ooit boos zou kunnen worden, het wonder is dat hij zoveel geduld heeft. Hoeveel mensen leven al jaren zonder hem en worden nog steeds gedragen? Dat heeft niets met onze waardigheid te maken. Dat is zijn geduld. Maar geduld is niet eindeloos. Daarom roept Edwards op om vandaag bij Christus te schuilen, terwijl de hand die je draagt nog gestrekt is.
Ter overdenking
- Leef ik alsof ik mezelf overeind houd, of erken ik dat ik gedragen word?
- Welke uitstel voor God heb ik in mijn leven al te lang laten duren?