Ouders die voor het eerst met een pasgeboren baby thuiskomen, slapen anders dan voorheen. Half. Met één oor open. Want je weet: ik mag dit hoofdje niet vergeten. Als ouder kun je dat maar zo lang volhouden. Op een gegeven moment slaap je toch in. Spurgeon merkt op dat de psalmist hier iets opmerkelijks zegt over God. Hij sluimert niet. Hij dommelt niet weg op het moeilijkste uur. Hij wordt niet moe van waken over jou.
Geen seconde onbewaakt
Spurgeon staat lang stil bij dit ene woord: sluimert. Een sluimerende wachter is nog gevaarlijker dan een afwezige wachter. Hij is op zijn post, maar zijn ogen vallen toe. De psalmist sluit deze mogelijkheid bij God expliciet uit. Hij waakt, hij sluimert niet, hij slaapt niet. Daar zit een belofte in die elke gelovige troost kan geven die ooit 's nachts wakker ligt met zorgen. Op de momenten dat je niemand wakker durft te bellen, is hij wakker. Op de uren dat jij eindelijk slaapt, is hij nog steeds wakker.
Niet alleen waken, ook bewaren
De psalm gaat verder met een verzameling beloftes. De Heer is je beschermer, de Heer is de schaduw aan je rechterhand. Hij behoedt je leven, je komen en je gaan, nu en voor altijd. Spurgeon vat het samen: God is geen passieve waarnemer, hij is een actieve bewaarder. Hij houdt je vast in elke fase van je leven. Niet alleen op de gevaarlijke momenten, ook in de gewone. Wie deze psalm 's avonds bidt, kan slapen. Wie hem 's morgens bidt, kan opstaan. Wat er ook komt, hij is wakker.
Ter overdenking
- Op welke uren van mijn leven dacht ik dat ik er alleen voor stond?
- Welke zorg wil ik vandaag aan de waker overgeven, omdat ik mag gaan slapen?