Iedereen die ooit gerend heeft, kent het. Op een gegeven moment komt er een punt waarop je benen het niet meer doen, je longen niet meer lukken, je hoofd zegt: ik kan niet meer. Octavius Winslow gebruikt dit beeld om iets uit te leggen over geestelijke vermoeidheid. Er komen dagen, soms periodes, waarin een gelovige niet meer kan. Niet meer bidden, niet meer geloven, niet meer hopen. De vraag is dan niet of hij krachtig is, maar wat hij doet met zijn uitputting.
Op de juiste plek leeg
Winslow zegt: de bijbel adresseert juist deze toestand. God zegt niet: red jezelf, neem rust, kom over een paar weken terug. Hij zegt: ik geef kracht aan wie vermoeid is. Niet aan wie zelf nog wat reserves heeft, maar aan wie helemaal leeg is. Dat is bevrijdend. Je hoeft niet eerst hersteld te zijn voordat je bij hem komt. Je mag komen met je uitputting als enige bagage. Veel mensen wachten met bidden tot ze zich beter voelen. Winslow zegt: kom juist als je het niet meer kunt. Daar is hij voor.
Niet altijd snel, wel altijd zeker
Winslow waarschuwt voor één misverstand. Gods kracht komt niet altijd als een plotselinge oplading waardoor je gelijk weer fit bent. Soms komt ze druppelsgewijs, langzaam, net genoeg voor vandaag. Soms in de vorm van iemand die op het juiste moment iets zegt. Soms in de vorm van een rust die je niet kunt verklaren. Maar ze komt. Wie volhoudt in vertrouwen, ervaart het. Niet omdat hij sterk genoeg was om vol te houden, maar omdat de ene die hem droeg, hem zelfs in de zwakste minuten heeft gedragen.
Ter overdenking
- Welke vermoeidheid draag ik die ik bij God durfde te brengen?
- Hoe ziet "kracht ontvangen" er voor mij vandaag uit?