Niemand zegt tegen zichzelf: ik moet niet vergeten om vandaag adem te halen. Ademen gebeurt zonder dat je erover nadenkt. Het is voortdurend, in alle activiteiten, in alle stemmingen. Andrew Murray zegt dat dit het beeld is dat Paulus voor ogen heeft als hij zegt: bid onophoudelijk. Hij vraagt niet om de hele dag op je knieën te liggen. Hij vraagt om een houding van gebed die zo verweven raakt met je leven, dat je hart steeds in contact blijft met de Vader.
Geen tweede taal, maar moedertaal
Veel christenen behandelen het gebed als een tweede taal. Ze schakelen erop over op vaste momenten, en daarna terug naar het gewone leven. Murray zegt dat het anders bedoeld is. Gebed is bedoeld als moedertaal. Je denkt erin, je leeft erin, je werkt erin. Een kort dankje voor het zonlicht. Een vraag om wijsheid bij een gesprek. Een schietgebed om geduld in de file. Niets formeels, niets uitvoerigs. Maar wel een bewustzijn dat hij hier ook is, en dat je met hem kunt praten zoals je met een naaste praat.
Hoe je dit ontwikkelt
Murray weet dat dit niet vanzelf gaat. Het ontwikkelt zich. Begin met een paar vaste momenten op een dag waar je echt bidt, vol aandacht. Dat is het skelet. Daaroverheen leer je geleidelijk de kortere, lossere gebeden in te vlechten. Een ademgebed in een wachtkamer. Een dankgebed bij een glimlach van een kind. Wie hieraan begint, merkt na verloop van tijd iets onverwachts. De afstand tot God krimpt. Niet omdat je dichter bij gekomen bent, maar omdat je geleerd hebt dat hij al lang dichtbij is.
Ter overdenking
- Behandel ik het gebed als tweede taal of als moedertaal?
- Welk klein moment van vandaag wil ik bewust met een kort gebed inrichten?