Een ijsberg heeft een topje boven water en een groot stuk eronder. Wie alleen het topje ziet, kent maar een fractie. Iets vergelijkbaars geldt voor een christen, zegt J.C. Ryle. Wat anderen van je zien, is maar een topje. Het meeste van je geestelijke leven is verborgen. Onder de waterlijn gebeurt het. Het ware leven van een christen, schrijft Paulus, ligt met Christus verborgen in God. Niet zichtbaar voor alle ogen, maar daar gebeurt het belangrijkste.
Het werkelijke leven is binnen
Ryle waarschuwt zijn lezers voor een geloof dat alleen aan de oppervlakte ademt. Er zijn mensen die er rondom prima christen uitzien. Op zondag aanwezig, vriendelijk in gesprekken, herkenbaar in hun woordkeus. En toch, zegt Ryle, kan het binnen leeg zijn. Daarom is de echte vraag niet hoe vroom je over komt, maar hoe vroom je werkelijk bent in het verborgene. Wat zegt je hart als niemand kijkt? Welke gedachten neem je mee onder de douche, in de auto, voor het slapen? Daar woont je werkelijke leven.
Wat verborgen is, ligt veilig
Tegelijk geeft deze tekst troost. Je leven is verborgen, maar niet verloren. Verborgen met Christus in God. Dat is de veiligste opslagplaats die er bestaat. Niemand kan erbij. Niemand kan ervan stelen. Niemand kan het ruïneren. Wie geloof heeft, draagt zijn schat in een onbreekbare kluis. Daarom hoeft een christen niet voor eigen reputatie op te komen, niet bang te zijn voor wat over hem gezegd wordt, niet wanhopig zijn waarde aan anderen te bewijzen. Wat er werkelijk toe doet, ligt bij God. En daar ligt het goed.
Ter overdenking
- Hoeveel verschil zit er tussen wie ik ben in publiek en wie ik ben in het verborgene?
- Wat van mij ligt verborgen met Christus in God, en weet ik dat het daar veilig is?