Twee dingen tegelijk kunnen waar zijn

2 Korintiërs 6:10 · NBV21
Ze waren wel bedroefd, maar bleven altijd blij; ze waren arm, maar maakten velen rijk; ze bezaten niets, maar hadden toch alles.
Auteur Matthew Henry
Dag 25 juli
Lezen Begin de overdenking

Iemand kan op één en dezelfde dag een lieve verjaardag van zijn moeder hebben en het overlijden van een vriend vernemen. Beide gebeuren naast elkaar. Beide zijn echt. Wie probeert het verdriet weg te lachen of het feest weg te huilen, doet beide niet recht. Matthew Henry merkt op dat Paulus in 2 Korintiërs precies zo schrijft. Hij stapelt paradoxen. Bedroefd en toch altijd blij. Arm en toch anderen rijk maken. Niets bezitten en toch alles hebben. Hoe kan dit?

Niet of-of, maar en-en

Henry zegt: in het christelijk leven kunnen schijnbaar tegenstrijdige dingen gelijktijdig waar zijn. Een gelovige kan verdriet hebben en toch een diepe vreugde dragen die het verdriet niet wegneemt maar er onder ligt. Hij kan weinig bezit hebben en toch een rijkdom in Christus dragen die hem niemand kan afnemen. Dat is niet ontkenning van wat moeilijk is, en het is niet ontkenning van wat goed is. Het is een hart dat groot genoeg geworden is om beide te omvatten zonder eraan kapot te gaan.

Wat dit verandert

Veel mensen denken dat ze pas blij mogen zijn als alle verdriet weg is. Of dat ze geen verdriet meer mogen voelen als ze geloven. Allebei klopt niet. Paulus laat zien dat een christen in beide tegelijk kan leven. Wie dat leert, raakt minder uit balans van wat het leven brengt. Een tegenslag knockt je niet uit, omdat je vreugde elders gevestigd is. Een geluk maakt je niet oppervlakkig, omdat je weet dat het hier niet alles is. Je leeft met twee handen open. Een om te ontvangen, een om te dragen. En allebei houdt God vast.

Ter overdenking

  • Geef ik mezelf de ruimte om verdriet en vreugde tegelijk te voelen?
  • Welke vreugde in Christus draag ik dieper dan mijn huidige omstandigheden?
Heer, leer mij leven met verdriet en vreugde naast elkaar, beide bij u. Amen.
Bron

Commentary on the Whole Bible, bij 2 Korintiërs 6