Wat draagt jouw beeld?

Matteüs 22:21 · NBV21
Geef hem wat hem toebehoort.
Dag 20 juli
Lezen Begin de overdenking

Toen Jezus de munt in handen kreeg met de vraag of er belasting betaald moest worden, gaf hij geen lang theologisch antwoord. Hij wees op de afbeelding. Wiens beeld staat erop? De keizer. Geef de keizer dus wat van hem is, en God wat van God is. Augustinus preekt over deze passage, en hij stelt zijn hoorders een vraag die Jezus' antwoord doortrekt naar henzelf. Welk beeld draag jij?

Het antwoord ligt in Genesis

Augustinus verwijst meteen naar Genesis 1. God maakte de mens naar zijn beeld. Dat betekent: de munt is van de keizer omdat zijn beeld erop staat, maar jij bent van God omdat zijn beeld op jou staat. Geef daarom God terug wat van hem is, namelijk jezelf. Niet alleen je geld, niet alleen je tijd, niet alleen je zondag. Jezelf. Heel je leven draagt zijn afdruk, en hoort dus thuis bij hem die het in jou heeft gestempeld.

Niet alles is van de keizer

Augustinus haalt hier ook een politieke les uit, voorzichtig en wijs. Je mag aan de overheid geven wat van haar is. Belasting, gehoorzaamheid aan rechtvaardige wetten, respect voor functies. Maar er is een grens. De keizer mag nooit beweren dat hij God is. Zodra een aardse macht aanspraak maakt op iets wat alleen God toekomt, namelijk je hart, je geweten, je aanbidding, moet de christen vriendelijk weigeren. Want jouw beeld, je diepste wezen, is niet van de keizer. Het is van iemand anders gestempeld.

Ter overdenking

  • Welk deel van mezelf geef ik aan zaken die er geen recht op hebben?
  • Wat zou er gebeuren als ik God vandaag werkelijk gaf wat van hem is, namelijk mezelf?
God, u stempelde uw beeld op mij, neem mij vandaag terug. Amen.
Bron

Sermo, preek over Matteüs 22