Wie ooit een verjaardagscadeau heeft gekregen dat hij niet verdiende, kent het ongemakkelijke gevoel. Je wilt iets terugzeggen, iets terugdoen, iets bewijzen waarom je het kreeg. Maar precies dat maakt het minder cadeau. Calvijn merkt op dat veel mensen zo met Gods genade omgaan. Ze willen er iets voor terug doen, alsof ze het anders niet helemaal mogen aannemen. Maar Paulus is op dit punt onverbiddelijk. Het is genade. Dat betekent: helemaal niet jouw verdienste.
Drie keer hetzelfde
Calvijn leest deze paar verzen alsof Paulus elke deur naar trots dichtdoet. Door genade gered. Dankzij geloof. Niet uit uzelf. Een geschenk van God. Niet op grond van werken, zodat niemand kan zwetsen. Paulus stapelt deze zinnen niet voor het ritme, schrijft Calvijn. Hij stapelt ze omdat ons hart het anders niet aanneemt. Zelfs het geloof zelf, voegt Calvijn toe, is geen prestatie waar je trots op kunt zijn. Want ook dat heeft God in jou gewerkt. Wie iets vindt waar hij zich op kan beroemen, leest niet goed.
En toch geen vrijbrief
Calvijn weet wat sommigen tegenwerpen. Als alles cadeau is, doet het er dan niet meer toe wat ik doe? Hij antwoordt: ja, het doet er heel veel toe. Het volgende vers zegt: wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede daden te doen. De goede werken zijn niet de prijs die je betaalt voor je redding, maar de natuurlijke vrucht ervan. Een gered mens wordt geen luie mens, hij wordt een actieve mens, vrij gemaakt om eindelijk te doen waarvoor hij gemaakt is.
Ter overdenking
- Probeer ik iets terug te doen voor genade, alsof ik het niet helemaal cadeau mag krijgen?
- Welk goed werk wil ik vandaag doen, niet om iets te bewijzen maar uit dankbaarheid?