Wankel geloof is geloof

Marcus 9:24 · NBV21
Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.
Dag 10 juli
Lezen Begin de overdenking

In de Tafelgesprekken zit Luther vaak met zijn studenten rond de eettafel, en dan komen onderwerpen langs die in zijn boeken zelden zo eerlijk staan. Een ervan is wat hij Anfechtung noemt: de aanvechting, de geestelijke worsteling waarin je je geloof voelt wankelen. Hij praat erover met opvallend weinig schaamte. Iedereen die werkelijk gelooft, zegt hij, kent dit. Wie het nog nooit heeft meegemaakt, kent zijn eigen hart waarschijnlijk nog niet.

Eerlijker dan gedacht

Luther wijst graag op de vader uit Marcus 9, die roept: ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. Dat is geen sterke geloofsbelijdenis. Dat is een man die tegelijk gelooft en niet gelooft, en die het eerlijk toegeeft. Jezus wijst hem niet af. Hij doet het wonder wel. Dat is voor Luther de troost: wankel geloof is nog steeds geloof. Twijfel betekent niet dat de Heer je opgeeft. Soms betekent het juist dat Hij dichter bij komt, omdat je leert dat je niet op je eigen kracht kunt leunen. Luther kende deze worsteling van zijn eigen monnikenjaren. Hij wist hoe het is om met een Bijbel in je hand te zitten en je hart niet mee te krijgen. Hij heeft erover geschreven dat juist de moeilijkste momenten hem het meest geleerd hebben over genade.

Het Woord, niet het gevoel

Hoe overleef je zo'n aanvechting? Luther had er een geliefd antwoord op. Niet door beter te voelen, maar door beter te luisteren. Pak het Woord en lees het hardop, zegt hij. Hoor wat er staat, want dat is sterker dan wat je voelt. Zing een psalm. Bid een gebed dat iemand anders al voor je heeft geschreven, ook als je hart er nog niet bij is. De duivel kan je gevoel manipuleren, maar het Woord van God niet. Geloof wordt niet bewezen door gevoel, het wordt gevoed door wat God gesproken heeft. Luther voegt eraan toe dat aanvechting niet altijd een teken van zwakte is. Soms is het een teken dat je werkelijk verder gekomen bent. Wie nooit aangevallen wordt, hoeft niet veel te zijn voor de tegenstander. Wie wel wordt aangevallen, mag uit deze aanval iets leren dat geen rustige periode hem zou leren.

Ter overdenking

  • Beoordeel ik mijn geloof op wat ik voel of op wat Hij heeft gezegd?
  • Welk Schriftwoord wil ik vandaag hardop tegen mezelf zeggen?
Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. Amen.
Bron

Tafelgesprekken, over aanvechting