Iedereen woont ergens, maar waar woon je werkelijk? Augustinus schreef daar een enorm boek over, De stad van God. Hij merkt op dat er in de wereld eigenlijk twee samenlevingen door elkaar lopen. Niet gescheiden door grenzen of talen, maar door wat mensen liefhebben. Aan wat je hart hangt, zie je tot welke stad je hoort.
Twee liefdes hebben twee steden gebouwd
Augustinus vat het in één beroemde zin samen. Twee soorten liefde hebben twee soorten steden gebouwd. De aardse stad is gebouwd door liefde tot jezelf, doorgevoerd tot minachting voor God. De stad van God is gebouwd door liefde tot God, doorgevoerd tot het loslaten van zichzelf. Niemand woont neutraal. Wie zichzelf het meest liefheeft, woont in de aardse stad, ook al loopt hij in de kerk rond. Wie God het meest liefheeft, woont in de stad van God, ook al loopt hij midden in een seculiere wereld.
Twee koersen, één keuze per dag
Dit klinkt groot, maar het werkt door in elk gewoon moment. Bij elke keuze die ertoe doet, kiest je hart welke stad het dient. Reageer ik op deze kritiek vanuit ego of vanuit dienstbaarheid? Geef ik mijn geld uit om mezelf te bewijzen of om God te eren? Wat is het laatste waar ik aan denk voor ik slaap? Augustinus is geen pessimist. Hij gelooft dat een mens werkelijk kan veranderen van stad. Door genade keert je hart om en gaat het andere dingen liefhebben dan het deed. En vanaf dat moment loop je, ook al lijk je dezelfde, in een andere stad.
Ter overdenking
- Welke liefde stuurt mijn dag het meest: liefde tot mezelf of liefde tot God?
- Bij welke keuze vandaag wordt zichtbaar in welke stad ik woon?