Als een kind 's avonds bang is, gaat het licht aan, en de schimmen zijn weg. Het was nooit echt iets in de kamer, het was de duisternis die dingen anders maakte. Spurgeon leest Psalm 27 als een lichtknopje voor de gelovige. De HEER is mijn licht, zegt de psalmist. En in datzelfde licht ontdek je dat veel angsten kleiner zijn dan ze leken in het donker.
Twee dingen tegelijk
Spurgeon merkt op dat de psalmist twee dingen naast elkaar zet. Licht en behoud. Licht is voor wat ik niet zie. Behoud is voor wat mij bedreigt. God is allebei. Niet alleen iemand die mijn pad verlicht, maar ook iemand die mij eruit haalt als het verkeerd dreigt te gaan. Wie dit ziet, kan een eerlijke vraag stellen: wie zou ik dan eigenlijk vrezen? Niet omdat er geen vijanden zijn, maar omdat ik weet wie achter mij staat. Vrees vergt vergelijking, en bij deze vergelijking weegt niemand zwaar genoeg. Spurgeon merkt op dat veel mensen iets niet beheersen door het te benoemen. Maar geloof werkt anders. Geloof noemt het probleem groot, en de Heer groter. Het ontkent de schaduwen niet, het stelt ze in verhouding tot wie boven ze staat.
Hardop tegen jezelf
Spurgeon zegt dat geloof soms hardop tegen jezelf moet praten. De psalmist vraagt zichzelf niet vaag af of hij bang moet zijn. Hij stelt het als vraag, en het antwoord ligt al klaar. Voor wie zou ik bang zijn? Voor niemand. Probeer dit zelf, schrijft Spurgeon. Noem hardop wat je ergens van vandaag bang voor maakt. En zeg er dan achteraan: maar de Heer is mijn licht en mijn behoud. Wat in het donker enorm leek, krimpt in Zijn licht tot ware proporties. Spurgeon noemt dit "tegen je ziel preken in plaats van naar je ziel luisteren". Wie alleen naar zijn ziel luistert, hoort vaak angst en zorgen die met zichzelf op de loop gaan. Wie zijn ziel toespreekt met het Woord, geeft haar een richting waarin zij anders niet vanzelf gaat.
Ter overdenking
- Welke angst van vandaag mag ik in Zijn licht zetten?
- Voor wie of wat dacht ik bang te moeten zijn, terwijl de Heer aan mijn kant staat?