Trek mij, dan loop ik

Hooglied 1:4 · NBV21
Trek mij met u mee, laten we ons haasten, neem mij, koning, mee uw kamers in.
Dag 6 juli
Lezen Begin de overdenking

Wie ooit een kleuter mee de heuvel op heeft genomen, kent het. Het kind zegt: ik kan niet meer. Je pakt zijn handje, en plotseling kan het wel. Dezelfde benen, dezelfde heuvel, maar nu met iemand die meetrekt. Bernard van Clairvaux ziet iets vergelijkbaars in Hooglied 1:4. De bruid zegt niet: ik kom u achterna. Zij zegt: trek mij met u mee, dan zullen we ons haasten. Eerst trekken, daarna lopen.

Niet beginnen bij eigen kracht

Veel mensen pakken het geloof aan als een kwestie van inspanning. Ik moet meer doen, meer lezen, meer bidden, harder mijn best doen om God te volgen. Bernard zegt: dat is precies de verkeerde volgorde. Wij hebben geen kracht in onszelf om Christus naar behoren te volgen. Wat we hebben is een vraag. Trek mij. Geef wat u vraagt. Maak mij vatbaar voor uw trekkracht. Wie zo bidt, ontdekt dat de kracht inderdaad gegeven wordt. Niet vooraf, maar onderweg.

Dan loop je

En, voegt Bernard toe, daarna zullen we ons haasten. Wie door Christus getrokken wordt, gaat niet schuifelen. Hij gaat snel. Niet omdat hij in zichzelf snel is, maar omdat er aan zijn hand getrokken wordt. Dat is het mysterie van het christelijk leven. Genade maakt niet lui, ze maakt actief. Wie zegt: hij doet alles, dus ik hoef niets, heeft Bernard niet begrepen. Wie zegt: hij doet alles, dus nu kan ik echt iets, leest hem goed. Vraag vandaag eerst om de trekkracht. Het lopen komt vanzelf.

Ter overdenking

  • Probeer ik te lopen voordat ik gevraagd heb of hij mij trekt?
  • Welk woord van Bernard wil ik vandaag bidden: trek mij?
Heer Jezus, trek mij vandaag mee, dan loop ik u na. Amen.
Bron

Preken over het Hooglied, preek 21