Wie troost mij dan?
2 Korintiërs 1:3 · Octavius Winslow · naar de overdenking · alle bijbelstudies
Kies de tijd
Stel de groep samen
Namen invullen is optioneel. Lege velden worden "Deelnemer 1", "Deelnemer 2", enzovoort.
Verdeel de rollen
Wijs elke rolgroep precies één keer toe.
Link gekopieerd. Deel hem in de groepsapp: iedereen ziet dezelfde verdeling.
Fase 1 van 6
Gezegende week gewenst.
Neem deze vragen mee de week in:
- Welke troost van God heb ik recent geproefd?
- Voor wie kan ik vandaag een doorgever zijn van de troost die ik zelf ontving?
- Wie in ons midden draagt nu iets zwaars, en hoe kunnen wij dragen mee?
Jouw notities
Samenvatting gekopieerd.
Als een kind valt, rent het niet naar de boekenkast. Het rent naar zijn moeder. Niet omdat zij de wond beter begrijpt, maar omdat zij troost biedt die geen ander biedt. Octavius Winslow gebruikt dit gewone beeld om iets te zeggen over God. Paulus noemt Hem de Vader die zich ontfermt, de God die altijd troost. Niet soms. Niet wanneer alles weer goed is. Altijd. Ook midden in.
Geen troost als pleister
Winslow waarschuwt voor een goedkope opvatting van troost. Sommige mensen denken dat getroost worden betekent dat het verdriet snel verdwijnt. Maar Gods troost werkt anders. Hij neemt vaak het verdriet niet weg, Hij komt erin. Hij vermindert niet altijd de last, Hij draagt hem mee. Een moeder die haar kind troost, doet de pijn niet verdwijnen. Ze maakt de pijn samen draagbaar. Zo doet God. Wie dat verstaat, hoeft niet meer te wachten op betere omstandigheden om Hem te ontmoeten. Hij is er nu al. Winslow heeft zelf veel verlies geleden in zijn leven, onder andere het verlies van geliefde familieleden, en hij schreef dit niet vanuit een theoretische troost-leer. Hij wist uit eigen ervaring dat God soms juist door de zwaarte heen werkt, in plaats van die weg te nemen. Dat is geen koude troost, dat is een diepere.
Daarna ook anderen
Paulus voegt er nog iets aan toe. God troost ons in al onze ellende, opdat wij anderen kunnen troosten met de troost die wij zelf van Hem ontvangen. Wie Gods troost heeft geproefd, krijgt iets in handen voor anderen. Niet woorden uit een boek, maar troost die je zelf weet uit ervaring. Daarom is geen enkel verdriet verspild in een gelovige. Wat hij doormaakt, wordt later iemand anders' redding. De zwaarste perioden van je leven kunnen op die manier de plekken worden waar God het meeste door je heen werkt. Winslow noemt dit een goddelijk circuit: van God naar mij, en van mij naar een ander. Wie alleen ontvangt zonder door te geven, sluit het circuit af. Wie doorgeeft wat hij ontving, ervaart vaak dat de eigen troost er groter van wordt.
Ter overdenking
- Welke troost van God heb ik recent geproefd?
- Voor wie kan ik vandaag een doorgever zijn van de troost die ik zelf ontving?