Iemand kan je uitleggen dat honing zoet is. Hij kan je woordenboeken vol vertellen over de chemische samenstelling, de viscositeit, de geschiedenis van bijenhouderij. Maar er is een verschil tussen weten dat honing zoet is en het zelf op je tong proeven. Jonathan Edwards maakt dit onderscheid centraal in zijn werk over geloof. Iemand kan veel over God weten en hem nooit hebben "geproefd". En iemand kan weinig theologische woorden hebben en God volop kennen door eigen ervaring.
Geloof dat smaakt
Edwards leest Psalm 34 nauwkeurig. De psalmist zegt niet: hoor over de goedheid van de Heer. Hij zegt: smaak en geniet. Dat is een uitnodiging tot eerstehands kennis. De Heilige Geest opent in een gelovige een soort geestelijk smaakvermogen. Plotseling smaakt wat eerst droog leek anders. Een tekst die je tien keer eerder las, raakt je nu. Een gewoonte van gebed die plicht voelde, wordt gemeenschap. Dat is geen toegevoegde emotie bovenop het geloof. Dat is geloof zoals het bedoeld is.
Hoe je dit ontwikkelt
Hoe ontwikkel je deze smaak, vraagt Edwards. Niet door harder je best te doen om God te voelen. Wel door dichter bij hem te komen op de manieren die hij heeft gegeven. Lees zijn Woord met de vraag: wat zegt u hier over uzelf? Bid niet alleen om dingen, maar ook om hem. Geef tijd, ook als er niets bijzonders gebeurt. Een tong die nooit honing proeft, leert het verschil niet. Een hart dat zelden bij God stilstaat, leert ook niet wat zijn nabijheid smaakt.
Ter overdenking
- Ken ik God meer uit horen zeggen, of uit eigen proeven?
- Welke gewoonte zou mijn geestelijk smaakvermogen kunnen aanscherpen?