Je kent het misschien. Je ligt 's nachts wakker en je hoofd loopt vol met gedachten die je niet wilt. Twijfel over God, boze opwellingen, dingen die je verschrikken. En het ergste is: je denkt dat het allemaal van jezelf komt. In De pelgrimsreis overkomt dit Christen midden in een donkere vallei. Hij hoort een stem die hem lelijke dingen over God in zijn oor fluistert. Hij denkt: dit komt uit mij. Pas later begrijpt hij dat het de vijand was die fluisterde.
Hardop, niet in jezelf
Wat hielp Christen toen? Niet stiller worden, niet harder nadenken, niet zichzelf moed inpraten. Eén zin uit Psalm 23, hardop uitgesproken. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen kwaad, want u bent bij mij. Bunyan laat zien wat hij zelf in de gevangenis had geleerd. In het donker is het niet genoeg om woorden alleen in je hoofd te denken. Ze moeten over je lippen. Zodra je hardop zegt wat waar is over God, hoor je het zelf, en wordt de andere stem stil.
Terugkijken in het licht
Tegen de ochtend werd het in de vallei lichter, en Christen kon achterom kijken naar de gevaren die hij in het donker was gepasseerd. Hij zag de kuilen en moerassen, de plekken waar hij voorzichtig langs had moeten lopen. Hij dankte God dat hij erdoorheen was geholpen. Soms leer je pas in het licht hoe hij je in het donker droeg. De vallei is geen plek om in te blijven, maar wel een plek waar je iets leert dat je elders niet kunt leren.
Ter overdenking
- Welke "fluistering" in mijn donkere uren heb ik per ongeluk als mijn eigen stem aangezien?
- Welk Schriftwoord wil ik vandaag bij me dragen voor moeilijke momenten?