In een liefdesrelatie ken je het verschil tussen iemand horen vertellen over zijn geliefde, en zelf in haar buurt zijn. Iets daarvan zit in deze beroemde eerste regel van het Hooglied. De bruid heeft genoeg gehoord, zij wil de geliefde zelf. Bernard van Clairvaux preekte tachtigzes keer over dit boek, en hij begint bij precies deze eerste zin. Voor hem gaat het Hooglied niet over romantiek tussen mensen, maar over het verlangen van iedere ziel die ooit een glimp van Christus heeft opgevangen.
Drie momenten
Bernard onderscheidt drie soorten kussen die je in dit beeld kunt verlangen. Eerst de kus van de voeten: het beeld van berouw. Wie zich bij Jezus' voeten neerlegt zoals de zondares in Lucas 7, ervaart vergeving. Dan de kus van de hand: het beeld van toewijding. Wie zijn hand vasthoudt, ontvangt kracht om te leven zoals hij wil. En ten slotte de kus van de mond: het beeld van diepe vertrouwelijkheid, de ontmoeting zonder iets ertussen. Bernard waarschuwt: sla de eerste twee niet over. Zonder berouw en toewijding wordt verlangen naar intimiteit zelfbedrog.
Mag je dit vragen?
Sommige mensen denken dat een kus van zijn mond te veel gevraagd is. Te brutaal, te intiem. Maar Bernard zegt: vraag het toch. Een Heer die zichzelf gaf tot in de dood, geeft zichzelf ook in een ontmoeting. Wij kunnen onszelf niet in zijn nabijheid praten. We kunnen alleen vragen. En wie vraagt, ontvangt, want hij is degene die het verlangen in jou heeft gewekt. Hij wacht erop dat je iets vraagt waarvan jij dacht dat hij het niet zou geven.
Ter overdenking
- Bij welke kus sta ik vandaag: de voeten, de hand, of de mond?
- Verlang ik werkelijk naar hem, of alleen naar zijn gaven?