Mijn herder, ik mis niets

Psalm 23:1 · NBV21
De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Dag 13 juni
Lezen Begin de overdenking

Een schaap is geen indrukwekkend dier. Niet snel, niet sterk, niet bijzonder slim. Als het verdwaalt, vindt het de weg terug niet. Het kan zichzelf nauwelijks verdedigen. Spurgeon merkt op dat de psalmist precies dit beeld kiest om zichzelf te beschrijven. En toch zegt hij: het ontbreekt mij aan niets. Hoe kan dat? Omdat hij niet over zichzelf praat, maar over zijn herder.

Het ene woordje dat alles draagt

Spurgeon wijst op het woord "mijn". Niet "een herder", niet "de herder van Israël", maar mijn herder. Persoonlijk, met de naam erbij, met het verleden erbij. Wie dit kan zeggen, heeft de hele psalm in zijn binnenzak. Want zodra hij van mij is, is alles wat hij heeft van mij. Zijn zorg, zijn leiding, zijn tijd, zijn liefde. Het schaap hoeft niet veel meer te zijn dan schaap. De herder neemt de rest voor zijn rekening.

Aan niets

Spurgeon laat het woord "niets" lang nasmaken. Niet aan bijna niets, niet aan weinig. Aan niets. Het brood van vandaag, de leiding van morgen, de troost in verdriet, de moed voor de strijd, alles is in deze Herder ingesloten. Wat hij geeft is soms niet wat ik verwachtte, maar het is altijd wat ik werkelijk nodig heb. Wie dat gelooft, leert ontspannen schaap te zijn. Niet zelf de weg uitstippelen. Niet zelf de stal vinden. De Herder weet wat hij doet.

Ter overdenking

  • Op welk gebied probeer ik nog mijn eigen herder te zijn?
  • Voor welk gemis wil ik vandaag belijden: ik mis niets, want hij is van mij?
Heer, mijn herder, het ontbreekt mij aan niets, leer mij dat vandaag geloven. Amen.
Bron

The Treasury of David, bij Psalm 23:1