Heer, leer ons bidden. Het is een korte vraag, en Andrew Murray begint zijn boek over het gebed ermee. Wat hem opvalt, is wat de discipelen niet vroegen. Ze vroegen niet: leer ons preken, of leer ons wonderen doen. Ze hadden iets in Jezus opgemerkt wat ze nergens anders hadden gezien. Een omgang met de Vader die zo natuurlijk was, zo vertrouwd, dat ze begrepen: daar zit het geheim van alles wat hij doet.
Geen techniek, een persoon
Wie wil leren bidden, schrijft Murray, moet niet eerst betere formuleringen zoeken. Hij moet dichter bij Jezus komen. Jezus is zelf het bidden. Hij hoeft het niet op te zoeken in een boek, hij doet het zoals iemand ademt. Zo wordt bidden leren iets anders dan een methode oefenen. Het wordt vriendschap met hem die het je vanzelf leert. Zeg vandaag: Heer, leer mij bidden. Dat gebed verhoort hij altijd, want je vraagt om meer van hemzelf.
Met lege handen voor de Vader
Murray dringt aan op eenvoud. Vraag, zoek, klop. De belofte zit niet aan de kwaliteit van je woorden vast. Veel christenen denken dat hun bidden te zwak is om iets te bereiken. Te onbeholpen, te schraal, te kort. Maar God geeft niet omdat wij goed vragen. Hij geeft omdat hij goed is. Een kind dat zijn hand uitsteekt naar een vader, hoeft geen mooie zinnen te maken. Dat is wat bidden in zijn eenvoud is: een hand omhoog naar iemand die graag geeft.
Ter overdenking
- Wat houdt mij meestal uit het gebed: te druk, te trots, of te moe?
- Welk eenvoudig "Heer, leer mij bidden" wil ik vandaag uitspreken?