Stel je twee mensen voor die over een vriend vertellen. De eerste somt feiten op: leeftijd, beroep, woonplaats. De tweede begint te glimlachen, krijgt vuur in zijn ogen, vertelt over wat ze samen meemaakten. Beiden kennen de vriend, maar je merkt direct het verschil. Jonathan Edwards schreef Religious Affections om dit verschil bij gelovigen te begrijpen. Geloof zonder dat je hart erbij is, schrijft hij, is geen geloof zoals de Bijbel het bedoelt.
Wat het hart erbij is
Edwards zegt: een mens heeft een verstand dat dingen begrijpt, en een hart dat dingen liefheeft of afstoot. Echt geloof raakt beide. Je kunt veel over God weten en koud blijven. Je kunt veel emoties hebben over God en niets begrijpen. Geen van beide is wat de apostelen bedoelen. Maar wie Christus werkelijk ziet zoals hij is, komt niet weg met alleen feiten of alleen emoties. Hij wordt bewogen: dankbaar, vol ontzag, blij, soms verdrietig over eigen zonde, soms vol verlangen.
Vreugde die de Heer niet zag
Petrus schrijft aan mensen die Jezus nooit hebben ontmoet. En toch, zegt hij, houden jullie van hem en zijn jullie vol vreugde. Edwards leest deze zin als bewijs. De Heilige Geest kan een hart raken zo diep dat het gaat houden van iemand die het niet kan zien. Zulke vreugde is geen leuke stemming. Het is geen pretje. Het is een diepe, stabiele blijdschap die kan blijven bestaan onder zware omstandigheden. Daar laat Christus zich kennen in mensen.
Ter overdenking
- Raakt mijn geloof mijn hart, of leeft het alleen in mijn hoofd?
- Welke kant van Christus mag mij vandaag opnieuw raken?