Iedereen weet wel iemand die zijn leven heeft gebouwd op iets wat is weggezakt. Een carrière die plotseling stopt. Een liefde die verdwijnt. Een huis vol spullen waar je vroeg of laat afscheid van neemt. Thomas a Kempis opent zijn boek met precies dat besef. Veel wat we belangrijk vinden, blijkt zand te zijn. Alleen God liefhebben en hem dienen is rotsgrond.
Wat trekt mij van God af?
Thomas noemt vier dingen die ons hart in beslag nemen zonder iets blijvends terug te geven. Geld verzamelen en daarop vertrouwen. Aanzien najagen en jezelf hoog plaatsen. Verlangens van het lichaam volgen die je later duur betaalt. Alleen aan dit leven denken zonder vooruit te kijken. Geen van deze vier is op zichzelf slecht. Maar als je hart eraan gaat hangen, raakt het verstrikt. Wat je vandaag bezit, bezit morgen jou.
Bouwen waar het stand houdt
Wend daarom je hart af van wat je ziet, schrijft Thomas, en richt het op wat je niet ziet. Hij bedoelt geen vlucht uit de werkelijkheid. Hij bedoelt: investeer waar je rente blijft uitkeren. Wie zijn dagen aan God geeft, krijgt iets terug wat geen schimmel aantast en geen tijd kan slijten. De wereld blijft mooi en goed, maar zij is niet je fundament. Christus is je fundament, en alle andere dingen worden lichter zodra je dat ziet.
Ter overdenking
- Wat in mijn leven heb ik onbewust tot fundament gemaakt?
- Hoe kan ik vandaag iets investeren in wat blijft?