Bij je naam geroepen

Jesaja 43:1 · NBV21
Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
Dag 1 juni
Lezen Begin de overdenking

Wanneer iemand op een drukke plek je naam roept, draai je je om. Niet omdat het geluid harder is, maar omdat het van jou is. Tussen alle stemmen herken je die ene. Spurgeon zegt: zo is de stem van God in deze tekst. Hij roept geen menigte, Hij roept jou.

Niet één van velen

Veel mensen denken dat God hen ziet als een gezicht in een grote groep. Spurgeon protesteert daartegen. God noemt je naam, en dat verandert alles. Hij weet wie je bent, hoe je geslapen hebt, waar je bang voor bent vandaag. Je bent Zijn eigendom, niet Zijn nummer. Wie dit hoort op een moeilijke dag, krijgt iets stevigs onder zijn voeten. Wat kan je echt overkomen als de Schepper van het heelal jou persoonlijk kent? Spurgeon spreekt op dit punt graag over de herder en zijn schapen. Een herder met honderd schapen kent ze niet als een grote witte vlek, hij kent ze stuk voor stuk. Hij ziet welke vandaag mank loopt, welke achterop is geraakt, welke kuif heeft op de rug. Zo kent God jou: niet generiek, maar in detail.

Wat dit doet met angst

De achtergrond van deze tekst is een volk in ballingschap. Ze waren alles kwijt: hun land, hun tempel, hun toekomst. Juist toen zei God: wees niet bang, Ik heb je verlost, Ik heb je bij je naam geroepen. Spurgeon merkt op dat God dit niet zegt als alles goed gaat, maar als alles donker is. Daar moet je Hem horen. Niet straks, als de problemen voorbij zijn. Nu, midden in wat zwaar weegt. De troost van Jesaja 43 is dat de roeping niet afhangt van de omstandigheden. Een vader die zijn kind bij naam noemt, doet dat in een vrolijke ochtend en in een nacht vol koorts. Het is dezelfde naam, dezelfde stem, dezelfde liefde. Hij die je riep, blijft je dragen.

Ter overdenking

  • Wat verandert er aan deze dag als ik geloof dat God mijn naam kent?
  • Welke angst mag ik bij Hem brengen, juist omdat ik van Hem ben?
Heer, dank dat U mij bij mijn naam kent, laat dat vandaag mijn rust zijn. Amen.
Bron

Faith's Checkbook, overdenking bij Jesaja 43:1