Wanneer iemand op een drukke plek je naam roept, draai je je om. Niet omdat het geluid harder is, maar omdat het van jou is. Tussen alle stemmen herken je die ene. Spurgeon zegt: zo is de stem van God in deze tekst. Hij roept geen menigte, hij roept jou.
Niet één van velen
Veel mensen denken dat God hen ziet als een gezicht in een grote groep. Spurgeon protesteert daartegen. God noemt je naam, en dat verandert alles. Hij weet wie je bent, hoe je geslapen hebt, waar je bang voor bent vandaag. Je bent zijn eigendom, niet zijn nummer. Wie dit hoort op een moeilijke dag, krijgt iets stevigs onder zijn voeten. Wat kan je echt overkomen als de Schepper van het heelal jou persoonlijk kent?
Wat dit doet met angst
De achtergrond van deze tekst is een volk in ballingschap. Ze waren alles kwijt. Juist toen zei God: wees niet bang, ik heb je verlost, ik heb je bij je naam geroepen. Spurgeon merkt op dat God dit niet zegt als alles goed gaat, maar als alles donker is. Daar moet je hem horen. Niet straks, als de problemen voorbij zijn. Nu, midden in wat zwaar weegt. Hij die je riep, blijft je dragen.
Ter overdenking
- Wat verandert er aan deze dag als ik geloof dat God mijn naam kent?
- Welke angst mag ik bij hem brengen, juist omdat ik van hem ben?